202 kilometer lang mountainbiken. Dat is de Drenthe 200. Dit jaar mijn eerste deelname, met mijn neus stond ik natuurlijk in het wedstrijdvak
Ik was beter getraind en fitter dan bij de Bartje 200 en met een half uurtje slaap achter de kiezen stond ik op tijd aan de start. Naast mij een rijdster die van een begeleider onder een paraplu schuilde, finishen deed ze dan weer niet. Het regende stevig en met nog een half minuutje te gaan zette ik mijn lampjes aan.
Wielerwedstrijden zijn heel simpel de start is altijd hard. Hard starten is niet echt mijn sterkste punt en ook nu vond ik mijzelf vroeg in de race alleen in het donker en vol in de wind. Ik vond het echter te vroeg om te paniekeren en rustig vervolgde ik mijn weg. Gelukkig had ik wel een groepje mannen in mijn wiel en na een tijdje vond ik het tijd dat ze over zouden nemen. Als je maar lang genoeg je benen stil houdt komt er vanzelf eentje langs.

De grootste modderpoel op aarde was blijkbaar voor mij bestemd. Lucky me!
De paden waren nat en vol modder, dat maakte het ontzettend zwaar. Al vroeg zat er een bocht op een stuk dat diepe modder kende, er volgde een opstopping van rijders die zich vastreden in de modder, mijn gracieuze poging om ze te omzeilen faalde en met een slomotion val was mijn modderbad een feit. Toen ik me probeerde op te drukken en vaste grond zocht verdween mijn rechterarm bijna tot aan mijn schouder in de modder en als ik al niet zeiknat was van de regen dan was het wel gelukt met deze buiteling. Eenmaal weer rechtop maalde ik tot aan de naaf in én door de modder verder.
De remblokken waren vroeg al kats versleten
Na 2 uur rijden werd het ietsje lichter, net genoeg om bij bijna lichte de eerste echte single tracks te Gieten te kunnen rijden. Gelukkig ken ik de route goed. Het beginstuk is meteen heel technisch. Mijn remblokken achter deden helaas al helemaal niets meer, op alle stukken naar beneden zat ik zo ver mogelijk achter op of hing ik achter het zadel om met alleen de voorrem zo nu en dan veilig te kunnen remmen.
Op de verzorgingspost te Gieten snel een bidon gevuld en gezwaaid naar mijn zus Annemarie en neefje Twan. Een tijdje verder kwam ik met 4 mannen te rijden die ook wel wilden waaieren. Dat schiet een beetje op. Een aantal kilometer liep het lekker. Wel dacht ik af en toe aan eten, alleen stelde ik het toch even uit. Oops..
Het te laat eten kwam me duur te staan
Na ongeveer 85 kilometer had ik niet alleen de lampjes op de fiets, maar ook de lamp intern nogal uit. Als een slak reed ik verder en in de kop ging het zwaar. Soms is het goed om even pas op de plaats te maken, maar als het tempo te ver zakt met een kop die niet meer wil dan wordt een rit als deze eindeloos. Kilometers lang kachelde ik zo voort en raakte ik er meer en meer van overtuigd dat ik bij de eerstvolgende post de bezemwagen zou pakken. Doorgaan al ploegend door de modder leek me van weinig nut en mijn voeten voelde ik al uren niet meer. De rechter deed ook pijn.

Of het goed met me ging
Bij de post in Beilen vroeg een vrijwilliger of het wel ging en het antwoord was nee. Het kwam er nogal uitgeput uit en aan zijn gezicht te zien had deze vrijwilliger ook zo zijn twijfels. Hij gaf me een stuk banaan en een ander vulde mijn bidon. Op mijn verzoek werden lege gelletjes weggegooid en gecheckt wat er nog in de achterzakken zat. Voeding in een zakje aan de voorzijde werd naar achteren verplaatst en heel lief deden ze ook nog mijn regenjackje aan. Als een klein kind hield ik mijn armen in de lucht. Na nog 2 stukken banaan, een gelletje en warme tomaten bouillon dacht ik: ‘we doen nog ff een stukkie’. Bedankt vrijwilligers!
De reservetank zat weer een tikje vol en de motor kwam weer wat aan de praat. De tracks te Appelscha waren een verademing. Even geen geploeg maar heerlijke, goed te rijden single tracks en tijd om wat te kunnen recupereren, althans zo zeggen de Belgen. De benodigde rust om het voedsel wat te laten verteren kwam er en ik begon wat op te kalefateren. Na een tijdje werd ik voorbij gereden door iemand die maar een fractie harder reed dan ik en ik besloot te gaan volgen. Af en toe de neiging over te nemen, echter had ik toch het gevoel dat het beter was me nog even koest te houden.
Het bleek dat de rijder vlak bij mij woonde, zelfs lid was van dezelfde club (MTB Havelte eo) en dat hij net als ik toch echt voor het donker thuis wilde zijn. Deal.
De black doctor deed the trick
Bij Appelscha was er het lekkerste colaatje op aarde. Man wat kan een colaatje toch goddelijk zijn. Meteen voelde ik de suikers in de bloedbaan komen en met nog een gel, banaan en volle bidons ging ik weer op weg. Het duurde niet lang totdat een boom van een vent mij voorbij reed. Echte fietsbenen en gebeiteld op zijn fiets. Je ziet altijd zo of iemand een echte rijder is. Dit was er eentje. Het enige wat hij zei was: ‘Aanpikken’. Ik voelde me goed genoeg en eindelijk was er die wind in de rug. Het waaide de hele dag al stevig en die wind mee was echt een zegen. Het moddermalen werd ‘groot-verzet-malen’ en met hoge snelheid reden we verder. 34, 35, 36, zelfs snelheden boven de 37 km/h werden op de klok gezet. Hartstikke lekker om zo voor de wind te kunnen rijden, de kilometers vlogen voorbij!
Na een slechte bocht van mij verloor ik jammer genoeg het contact en werd er helaas niet gewacht. Een echte fietser zei ik al. Wel zag ik in de verte een aantal vrouwen voor me rijden. Al een paar keer hadden we stuivertje gewisseld qua posities en ondanks het feit dat ik alleen zat reed ik het gat steeds verder dicht.
Vlak voor het Jan Pad had ik twee te pakken en toen kwam het.
Het Jan Pad
Als er een wedstrijd zou zijn wie het meest kwaad over het Jan Pad zou kunnen rijden dan had ik die wedstrijd met verve gewonnen. Ik denk dat niemand ooit met het stoom zo uit de oren over en door dit pad gemalen heeft. Ik kon geen modder meer zien en dat snelle rijden met dat lekkere gevoel van snelheid van zo even ging hier echt niet gebeuren. Ik zag het nut van dit pad even niet meer in het had mijns inziens weinig meer met fietsen te maken. Wat nou sentiment.
Als meest woeste vrouw op aarde beukte ik me door de modder. Op het eerste deel reed zich nog een concurrente vast waarna ik haar passeerde om vervolgens zelf ook vast te lopen een aantal meter verderop. Zo snel mogelijk terug op de fiets en het meeste van dit pad heb ik al molle-malend modder-malend (en ‘pissig’) afgelegd.
Alsof er nog niets gebeurd was
De laatste 29km heb ik hard gereden. Mijn benen voelden net alsof ik nog geen kilometer gereden had en met hervonden moed rook ik de stal.
Niks leukers dan stomverbaasde mannen die bij het zien van een blonde paardenstaart niets meer te vertellen hebben. Eentje riep nog: ‘zo jij hebt er nog even zin aan!’
Mijn stugge kop is echt fantastisch
Man wat ben ik blij met die stugge kop van mij. Het is voor vrienden en familie niet altijd even makkelijk maar in races zoals deze komt het verdomde goed van pas.
Tot slot, niets beters dan het zien en horen van de finish. 4e!

Leermomenten:
- toch wat vaker op de klok kijken om te eten
- mijn gevoelloze voeten probleem echt oplossen
- start en stuk erna verbeteren
Waar ik blij mee ben:
- de laatste 29km reed ik praktisch net zo hard als de winnares en harder dan de nummers 2 en 3
- de conclusie dat ik weer fit en belastbaar ben. Als je zo diep kan zitten als dat ik gezeten heb in deze race en je komt er toch weer bovenop dan zit de conditie echt wel weer snor. YES!!!







